Het niveau van klasgenoten heeft een opvallende invloed op het schooladvies dat kinderen in groep 8 krijgen. Uit onderzoek van de Erasmus School of Economics blijkt dat leerlingen die relatief hoog scoren binnen een klas vaker een vwo-advies ontvangen, terwijl zij die minder goed presteren sneller een vmbo-advies krijgen, ook als de Cito-scores gelijk zijn. Dit suggereert dat het prestatieniveau van de groep een rol speelt bij het bepalen van het advies, en niet alleen het individuele resultaat. Dit maakt het adviesproces complexer dan vaak gedacht en werpt nieuw licht op hoe leraren besluiten welk voortgezet onderwijs het beste bij een leerling past.
De invloed van klasgenootniveau op schooladvies
Onderzoek wijst uit dat leraren bij het adviseren van een leerling niet alleen kijken naar de persoonlijke prestaties, maar ook naar de prestaties van klasgenoten. Zo ontstaat een relatieve vergelijking: een leerling doet het beter of slechter in vergelijking met de rest van de klas. In een zwakkere klas scoort een gemiddeld presterende leerling relatief goed, wat vaker leidt tot een hoger schooladvies. Omgekeerd kan een leerling in een sterkere klas met hetzelfde niveau relatief minder goed uit de test komen, wat een lager advies kan betekenen.
Dit verklaart het verschil in adviezen ondanks gelijke Cito-scores en maakt duidelijk dat het groepsniveau een subtiel, maar significant effect heeft op de perceptie van capaciteiten. Leraren beoordelen dus niet alleen harde cijfers, maar ook de context waarin die prestaties zijn behaald. Dat kan positief uitpakken voor een leerling. Of negatief.
Meisjes krijgen vaker lager schooladvies ondanks gelijke scores
Naast de invloed van klasgenoten speelt ook het geslacht een rol in het schooladvies. CBS-gegevens tonen aan dat meisjes minder vaak een havo- of vwo-advies krijgen dan jongens, ook bij vergelijkbare eindtoetsscores. In het schooljaar 2023-2024 kwam dit verschil neer op ongeveer 2.500 minder vwo- of havo-adviezen voor meisjes dan voor jongens. Dit roept vragen op over mogelijke onbewuste vooroordelen of andere factoren die in het besluit worden meegewogen.
Deze ongelijkheid benadrukt dat het schooladvies niet altijd louter objectief is. De discussie over eerlijke en gelijke kansen in het Nederlandse onderwijssysteem is daardoor actueler dan ooit. Het schooladvies kan zo onbedoeld bijdragen aan structurele ongelijkheden tussen leerlingen.

De rol van de doorstroomtoets in het schooladvies
Om ongelijkheid tegen te gaan, is sinds het schooljaar 2023/2024 vastgelegd dat scholen het voorlopige schooladvies moeten heroverwegen wanneer de doorstroomtoets een hoger resultaat laat zien dan het oorspronkelijke advies. Als een leerling op deze toets beter scoort dan verwacht, moet het schooladvies naar boven worden bijgesteld. Deze maatregel voorkomt dat leerlingen onterecht lager worden ingeschaald omdat hun prestaties tijdens het schooljaar beter zijn dan gedacht.
Dit is een belangrijke stap in het creëren van meer gelijke kansen, omdat het advies zo meer recht kan doen aan de daadwerkelijke capaciteiten van een leerling in plaats van aan een momentopname of vergelijking met de klas. Wel blijven scholen alert op de inherente subjectiviteit in het adviesproces zelf.
Waarom leraren onbewust laten meewegen hoe goed klasgenoten presteren
Leraren functioneren vaak als deskundigen die ook hun professionele inschatting gebruiken naast harde cijfers. In die inschatting speelt de huidige klas een grote rol. Het is menselijk om prestaties in perspectief te plaatsen: een resultaat van een leerling wordt makkelijker hoger of lager gewaardeerd afhankelijk van de omgeving. Wanneer een leerling in een minder sterke klas relatief goed scoort, lijkt dat een bevestiging van talent en capaciteiten.
Dit effect is goed te begrijpen maar leidt tot een dilemma. Dezelfde leerling kan in een andere klas een ander advies krijgen, puur omdat de omgeving anders is. Daardoor rijst de vraag of het schooladvies wel écht een zuivere afspiegeling is van het individuele potentieel. Zeker wanneer de overstap naar voortgezet onderwijs zo bepalend kan zijn voor de toekomst. Of misschien is het gewoon het beste moment dat leraren ook een dosis intuïtie mogen gebruiken. Computers kunnen tenslotte nog geen koffie halen.
Zo pak je het aan: tips voor een eerlijker schooladvies
- Benoem je bewustzijn van het groepsniveau bij het opstellen van adviezen. Probeer gedurende het schooljaar daden en cijfers los van de klascontext te bekijken.
- Vergelijk de prestaties van een leerling met landelijke normen of objectieve toetsen zoals de Cito-score, niet alleen met klasgenoten.
- Maak gebruik van de doorstroomtoetsresultaten en bespreek deze samen met de leerling en ouders om het advies waar nodig aan te passen.
- Let op eventuele onbewuste vooroordelen, zoals het verschil in advies tussen jongens en meisjes bij gelijke prestaties.
- Betrek meerdere professionals bij het adviesproces om subjectiviteit te verminderen, bijvoorbeeld intern overleg met collega’s of een schooladviescommissie.
- Communiceer helder met leerlingen en ouders over hoe het advies tot stand komt, zodat verwachtingen en uitslagen beter worden begrepen.
- Blijf het adviesproces evalueren en aanpassen waar nodig, bijvoorbeeld met behulp van externe data of scholing over bias.
In de praktijk werkt het beter om het advies vanuit diverse perspectieven te benaderen. Zo voorkom je dat een leerling wordt beperkt door de sterkte van de klas of onbewuste voorkeuren van de leraar.
De impact van groepsdruk en vergelijkingsproces op leerlingen
Ook voor leerlingen zelf kan het effect van het klasniveau sterk voelbaar zijn. Zij leren zichzelf vaak af te meten aan hun directe omgeving, wat invloed heeft op het zelfvertrouwen en de motivatie. Wanneer prestaties relatief hoog zijn in een zwakkere klas, groeit het zelfbeeld, wat de kans op een hoger advies vergroot. Het omgekeerde geldt ook: in een sterke klas kunnen leerlingen zich sneller terugtrekken of zichzelf onderschatten.
Deze dynamiek maakt de samenstelling van een klas niet alleen een cijfermatige factor, maar een sociale kracht die het leerproces en de adviesvorming beïnvloedt. Leraren en scholen kunnen hier bewust mee omgaan door leerlingen te stimuleren zichzelf te vergelijken met hun eigen groei en capaciteiten, in plaats van alleen met elkaar.
Een reflectie voor de toekomst van het schooladvies
Het schooladvies is meer dan een rapportcijfer of toetsuitslag; het is een complex oordeel waarin veel menselijke aspecten een rol spelen. Dit nieuwe onderzoek legt bloot dat de omgeving waarin een kind leert zwaar meeweegt in dat oordeel. Dit vraagt om een kritische blik op hoe deze adviezen gevormd worden en welke mechanismen eerlijkheid in de weg kunnen staan.
Wanneer scholen bewust omgaan met deze invloeden en betere instrumenten inzetten om individuele talenten te herkennen, kan het advies meer recht doen aan de echte mogelijkheden van elke leerling. De aankomende jaren zullen leren of de nieuwe heroverwegingsplicht en bewustwording leiden tot minder ongelijkheid en meer vertrouwen in het advies. Wat denk jij: kan het schooladvies ooit helemaal objectief worden? Het is een vraag die prikkelt tot nadenken over het fundament van het onderwijs zelf.







