Tien jaar geleden was wandelen nog iets voor je ouders. Je vader en z’n collega’s die de twaalf uur van Nijmegen liepen, of dat ene stel uit de buurt dat altijd in regenjassen naar hun auto vertrok op zondagochtend. Tegenwoordig zijn het de collega’s zelf, de buurvrouw van vijfentwintig met haar hond, en die student die eigenlijk altijd aan de koffie hing. Wandelen is stilletjes de meest populaire weekendactiviteit van Nederland geworden, zonder dat iemand er een campagne voor heeft opgezet.
De cijfers kloppen ook wel zo’n beetje
Volgens cijfers van NOC*NSF wandelen inmiddels ruim zes miljoen Nederlanders regelmatig, wat zo’n beetje een derde van de bevolking is. Daarmee staat wandelen boven fietsen, hardlopen en fitness als meest beoefende vorm van beweging in het land. Rondwandelingen via apps als Komoot en AllTrails worden in hoge aantallen opgestart op zaterdagmorgen. Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer melden dat populaire routes rond steden het hele jaar door druk zijn, niet alleen tijdens feestdagen.
En wie eens op een zondagmiddag langs het Leersumse Veld of de Maasheggen rijdt, ziet het met eigen ogen. Parkeerplaatsen die vol staan, mensen die elkaar groeten in voorbijganger-modus, auto’s die ineens uit vijf provincies komen terwijl het om een vrij gewone wandelroute gaat.
Waar komt het vandaan
De coronajaren worden vaak als kantelpunt genoemd, en dat klopt deels. Toen sportscholen dicht waren en cafés niet uitnodigend, ging half Nederland naar buiten lopen. Maar wat opvalt is dat het daarna niet weg is geëbd. Integendeel. Mensen zijn ontdekt hoe fijn het is om een paar uur zonder telefoon, zonder agenda, zonder e-mail door een bos te lopen. Dat gevoel is blijven hangen, ook toen de sportscholen weer opengingen.
Daarnaast speelt een bredere verschuiving mee. Werken gebeurt vaker thuis en achter een scherm. Dat geeft een grotere behoefte aan tegenbeweging, letterlijk. Een stevige wandeling op zaterdag is een heel ander soort weekend dan vijftig Netflix-minuten. Veel mensen ontdekken dat ze maandag fitter op kantoor zitten na een drie-uursroute dan na een lui weekend op de bank.
De praktische kant
Wandelen heeft een gunstige drempel. Je hebt in principe alleen een paar schoenen en een regenjas nodig. Maar zodra je het serieuzer gaat doen, merk je snel het verschil tussen “gewoon een paar sneakers” en een echte wandelschoen. Een dagwandeling van vijftien kilometer in sneakers voelt na afloop in je knieën en je hielen. Dezelfde route in stevige wandelschoenen voel je nauwelijks.
Voor wie overweegt om dit serieuzer op te pakken, begint het dus meestal met de schoenen. Merken als https://keenfootwear.nl/ maken schoenen die bij Nederlandse omstandigheden passen. Waterdicht want de Lage Landen blijven regenen, stevig genoeg voor bosgrond en zandpaden, en comfortabel genoeg om een hele dag op te dragen zonder dat je halverwege spijt krijgt.
Verder is de lijst beperkt. Een rugzak van dertig liter. Een herbruikbaar drinkflesje. Een pleistersetje voor blaren. Als je dat hebt, kun je het hele land door.
Waar je kunt beginnen
Het mooie aan Nederland is dat bijna elke stad binnen een half uur autorijden een wandelgebied heeft. Vanuit Amsterdam kun je naar het Naardermeer of de Gooise bossen. Vanuit Utrecht ligt het Kromme Rijngebied klaar. Rotterdammers pakken de Biesbosch, Groningers het Lauwersmeer, Brabanders de Loonse en Drunense Duinen.
Voor wie iets verder wil kijken, zijn er de lange-afstandpaden. Het Pieterpad blijft de klassieker (van Pieterburen naar de Sint-Pietersberg), maar ook het Trekvogelpad, het Streekpad Lage Vuursche en de Venen-routes trekken steeds meer lopers. De meeste gidsen kun je als app downloaden. Schoenen aantrekken, station uitstappen, lopen maar.
Waarom het ook nog lang zo blijft
Wat deze hobby interessant maakt in vergelijking met bijvoorbeeld de hardloophausse van een paar jaar geleden, is dat wandelen voor iedereen werkt. Je hoeft niet snel te zijn, je hebt geen jarenlange opbouw nodig, en er is geen prestatie-element dat een beginner kan afschrikken. Een buurman van zeventig en een studente van tweeëntwintig kunnen naast elkaar hetzelfde pad lopen en er allebei wat aan hebben.
En dat is precies waarom deze trend waarschijnlijk niet snel weg is. Het is geen sport die op dezelfde golf weer ebt als hij is gekomen. Het is stilletjes een vast onderdeel geworden van hoe Nederlanders hun vrije tijd invullen. Goed voor de benen, goed voor de zondagavondrust, en vooral lekker laagdrempelig voor wie ooit wil beginnen.







